Jonge kinderen die nog niet naar school gaan, krijgen een extra kans om zich te ontwikkelen als zij naar een vóórschoolse voorziening kunnen gaan. Dat is een plek waar zij minstens twee halve dagen per week kunnen spelen en educatieve begeleiding krijgen in de aanloop naar school. Mogelijke hindernissen die hun ontwikkeling in de weg staan, worden er tijdig gesignaleerd en aangepakt. De voorschoolse voorziening staat open voor alle kinderen, is laagdrempelig en voor alle ouders betaalbaar. Dit staat in de nota 'Visie op het jonge kind', die burgemeester en wethouders van Arnhem 2 maart hebben vastgesteld. In samenwerking met de betrokken instellingen wil het college in de komende jaren toewerken naar de vorming van een nieuwe voorschoolse voorziening.
De nota geeft een nieuwe visie op het aanbod voor het jonge kind. De instellingen voor peuterspeelzaalwerk en kinderdagopvang oriënteren zich op een verbreding van hun aanbod en op samenwerking; hiervoor wordt in augustus de harmonisatiewet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (de wet OKE) van kracht.
De gemeente Arnhem wil daarop inspelen door een toekomstvisie te
ontwikkelen die gedragen wordt door de peuterspeelzalen en de kinderopvang,
de voor- en vroegschoolse educatie en het basisonderwijs.
De nota geeft antwoord op de vraag, wat het vóórschoolse aanbod voor kinderen zou moeten inhouden, in welke vorm het gegoten kan worden en aan welke kwaliteitseisen het moet voldoen. Het uitgangspunt is, dat een gezonde ontwikkeling van elk kind - met of zonder taal- of ontwikkelingsachterstand - van belang is voor kind en samenleving.
Het aanbod voor het jonge kind wordt gezien als een basisvoorziening: zoals
een kind naar het consultatiebureau en naar school hoort te gaan, zo hoort
het ook naar de voorschoolse voorziening te gaan. Voor alle kinderen vanaf
twee jaar is de voorziening minstens twee halve dagen per week geopend. Voor
kinderen die dat nodig hebben, is er een extra educatief programma. Kinderen
die nu naar de kinderopvang gaan, kunnen er vanaf hun eerste levensjaar
terecht. Spel, ontmoeting, ontwikkeling, signalering en educatieve
ondersteuning vormen het activiteitenscala.
Er komt een centrale voorschoolse voorziening, dus met één voordeur
waarachter ieder kind het aanbod vindt dat het nodig heeft. En er is een
goede aansluiting met de groepen 1 en 2 van de basisschool.
Uitwerking
Burgemeester en wethouders bieden de visienota aan de raad aan.
Wanneer de gemeenteraad goedkeuring geeft, zal de nota worden uitgewerkt
door de gemeente en de betrokken instellingen. Daarbij gaat het om de vraag
hoe het voorschoolse voorzieningaanbod wordt georganiseerd en gefinancierd,
en op welke termijn welke stappen gezet kunnen worden. Aanbieders en
gemeente houden hun eigen verantwoordelijkheid.
Bijlage: Visienota